Net voordat de Sjabbat begint, worden er twee kaarsen aangestoken en worden de kinderen door hun ouders gezegend. Daarna neemt iedereen een slokje wijn. Over deze wijn is eerst een gebed uitgesproken. Nadat iedereen de handen ritueel heeft gewassen, volgt de Sjabbatmaaltijd.
Op de eettafel liggen onder andere twee speciaal gevlochten broden. Deze broden heten challes. De twee broden, herinneren aan de tocht door de woestijn. Toen viel er op vrijdag twee keer zoveel eten (manna) uit de hemel als op andere dagen. Iedereen eet een stukje van het brood. Op dat stukje brood strooien ze wat zout. Zout was vroeger een belangrijk deel van de offers die zij brachten. Daarna volgt een maaltijd waarbij kippensoep meestal niet ontbreekt. Tot slot worden er een aantal liederen gezongen. Op vrijdagavond wordt ook de synagoge bezocht. Ook op zaterdagochtend komen ze daar bij elkaar om uit de Thora te lezen en te bidden. Als op zaterdagavond de Sjabbat is afgelopen, nemen ze op een bijzondere manier afscheid van deze dag. Ze laten een busje met lekker geurende kruiden rondgaan. Daar mag iedereen even aan ruiken. Aan die geur denken ze tijdens de komende week nog vaak terug. Op die manier is het net of de Sjabbat toch niet helemaal is afgelopen.


